ECLI:NL:RBDHA:2025:19893
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië moratorium
Eiser, afkomstig uit Syrië, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 19 maart 2024 en moest volgens de wet binnen zes maanden beslissen. Echter, vanwege een besluitmoratorium voor Syrië dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, is de beslistermijn met één jaar verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 13 augustus 2025 schriftelijk in gebreke, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en daarmee het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk is verklaard omdat eiser niet heeft voldaan aan de vereiste procedurele voorwaarden rondom de ingebrekestelling. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.A.M. Delger en op 20 oktober 2025 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.