ECLI:NL:RBDHA:2025:19874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van reëel risico op vervolging in Uganda
Eiser, van Ugandese nationaliteit en zoon van een vermoorde prominente politicus, diende een asielaanvraag in omdat hij werd bedreigd door een invloedrijke militair vanwege vermeende banden met een oppositieleider. De minister wees de aanvraag af omdat eiser na de bedreiging nog zes maanden probleemloos in Uganda verbleef en meerdere keren het land kon in- en uitreizen zonder problemen.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de bedreiging geloofwaardig is, de minister voldoende heeft onderbouwd dat het risico op herhaling van vervolging of ernstige schade niet aannemelijk is. De minister betrok ook het feit dat eiser ruim 30 jaar na de moord op zijn vader geen problemen had met de autoriteiten en dat de door eiser aangevoerde landeninformatie onvoldoende ondersteuning biedt voor zijn vrees.
Eiser voerde aan dat de minister niet alle aspecten van zijn relaas had betrokken, maar de rechtbank vond dat de minister de relevante omstandigheden, waaronder het behoren tot dezelfde clan als de oppositieleider en de clanvergadering, wel degelijk had meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.