ECLI:NL:RBDHA:2025:19854
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens overtreding locatieverbod en meldplicht
De veroordeelde werd op 16 juli 2024 veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf en op 1 maart 2025 feitelijk in vrijheid gesteld onder voorwaarden. Het Openbaar Ministerie besloot op 29 augustus 2025 de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen voor 77 dagen, vanwege meerdere overtredingen van het locatieverbod en meldplicht.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze beslissing, met het argument dat hij momenteel waardevolle ondersteuning ontvangt die bij detentie wegvalt en dat hij gemotiveerd is om op het rechte pad te blijven. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond is.
De rechtbank oordeelde dat de herroeping terecht is, omdat de veroordeelde herhaaldelijk de voorwaarden heeft overtreden, waaronder het locatieverbod en het niet verschijnen bij meldafspraken. Ondanks positieve stappen blijft het middelengebruik en het hoge recidiverisico zorgelijk. De rechtbank concludeert dat het Openbaar Ministerie in redelijkheid tot de herroeping heeft kunnen besluiten en verklaart het bezwaar ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt ongegrond verklaard.