Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2025 in de zaak tussen
[eiser], eiser
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
3 mei 2024 werd eiser in deze opvanglocatie door een medebewoner geslagen. Eiser heeft daarvan op diezelfde dag aangifte gedaan bij de politie. Eiser gaf daarbij aan dat de medebewoner hem opeens begon uit te schelden. Eiser wilde weggaan, toen de medebewoner hem sloeg. Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens besloten de medebewoner niet te vervolgen, omdat hij door de gebeurtenis al genoeg zou zijn gestraft. Aan de medebewoner is door het Openbaar Ministerie wel een proeftijd van één jaar opgelegd, waarin hij zich aan voorwaarden moet houden. Toen eiser na de aangifte terugkwam in de opvanglocatie, kwam de bewoner die hem had bedreigd en aangevallen telkens dicht bij hem zitten. Eiser voelde zich daardoor niet meer veilig en wilde niet meer in de opvanglocatie blijven. Eiser heeft dit aan verweerder laten weten. Verweerder gaf aan een oplossing te zoeken voor de situatie. Eiser zou na vier dagen moeten terugkomen. Eiser heeft toen vier dagen bij een vriend doorgebracht. Daarna had hij weer een afspraak bij verweerder, waarin hem werd gevraagd nog een week te wachten om het probleem op te lossen. Eiser heeft toen nog een week gewacht. Na die week had verweerder nog geen oplossing geboden aan eiser. Eiser heeft toen bij Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) aangeklopt. VWN heeft namens eiser contact opgenomen met verweerder. Uit dat gesprek bleek dat eiser nog één of twee weken zou moeten wachten. Eiser is weer tijdelijk bij een vriend gaan slapen, omdat de medebewoner die hem eerder had belaagd nog steeds op de opvanglocatie verbleef. In de drie weken dat eiser niet op de opvang was, heeft hij zich niet gemeld op de opvanglocatie. Wel heeft hij steeds contact gehad met de COa-medewerker die zijn contactpersoon was in de opvanglocatie. Na drie weken werd eiser gebeld door een COa-medewerker en werd hem meegedeeld dat hij drie keer niet op de meldplicht was verschenen. Aan eiser werd een laatste kans gegeven om zich te melden, anders zou de opvang worden beëindigd. Eiser heeft zich toen gemeld. Daarna heeft hij een week op de opvanglocatie verbleven, zonder zijn kamer te verlaten, omdat hij bang was voor de medebewoner die hem eerder had belaagd. Na deze week werd eiser uitgenodigd voor een afspraak met een COa-medewerker om een oplossing te zoeken. In plaats daarvan werd aan eiser bij dat gesprek meegedeeld dat hij uit het systeem was gehaald, omdat hij drie keer niet was verschenen bij de meldplicht. Zijn opvang was beëindigd. Eiser kreeg de brief ‘Melding vertrokken bewoner’ van 3 juni 2025 mee, waarin als reden was aangekruist ‘Beëindiging opvang administratieve plaatsing’.
2 september 2025 in strijd is met artikel 20 van de Opvangrichtlijn. In artikel 20, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, die in de bijlage van deze uitspraak ook staat genoemd, staat dat de lidstaten de materiële opvangvoorzieningen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen intrekken indien een verzoeker: a) de door de bevoegde instanties vastgestelde verblijfplaats verlaat zonder deze instanties op de hoogte te stellen of, indien toestemming vereist is, zonder toestemming; of b) gedurende een in het nationale recht vastgestelde redelijke termijn niet voldoet aan de meldingsplicht of aan verzoeken om informatie te verstrekken of te verschijnen voor een persoonlijk onderhoud betreffende de asielprocedure. In het vijfde lid van dit artikel staat dat beslissingen tot intrekking van materiële opvangvoorzieningen individueel, objectief en onpartijdig worden genomen en met redenen omkleed. De beslissingen worden genomen op grond van de specifieke situatie van de betrokkene, met name voor personen die onder artikel 21 van de Opvangrichtlijn [3] vallen en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. De lidstaten zien erop toe dat verzoekers te allen tijde toegang hebben tot medische hulp overeenkomstig artikel 19 van de Opvangrichtlijn en zorgen ervoor dat alle verzoekers een waardige levensstandaard genieten.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.
mr.I.G.A Karregat, griffier.