ECLI:NL:RBDHA:2025:19811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.M. Kruizinga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vijfjarig inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser diende op 8 januari 2023 een asielaanvraag in, die op 18 juli 2023 kennelijk ongegrond werd verklaard. De minister legde daarop een terugkeerbesluit van twee jaar op, dat door de rechtbank ’s-Hertogenbosch op 21 november 2023 werd bevestigd. Op 27 mei 2024 stelde de vreemdelingenpolitie voor een zwaar inreisverbod op te leggen vanwege een gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op het strafblad van eiser. De minister legde op 24 juni 2024 een inreisverbod van vijf jaar op.
Eiser voerde aan dat zijn privé- en familieleven in België, met een zwangere partner, onvoldoende was meegewogen. De minister stelde dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt en dat hij geen verblijfsrecht in België heeft. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn gezinsleven, mede door tegenstrijdige verklaringen over zijn relatie.
De rechtbank baseerde zich op de relevante artikelen uit de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit, die het opleggen van een inreisverbod mogelijk maken bij gevaar voor de openbare orde. Omdat eiser zijn omstandigheden onvoldoende onderbouwde, mocht de minister het inreisverbod handhaven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het vijfjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.