ECLI:NL:RBDHA:2025:19807
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Belanghebbende diende op 6 januari 2023 een asielaanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. De minister besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarna belanghebbende op 2 augustus 2024 een ingebrekestelling stuurde en op 20 december 2024 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. De minister stelde dat de ingebrekestelling prematuur was en het beroep daarom niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde echter dat de minister uiterlijk op 6 juli 2023 had moeten beslissen, waardoor de ingebrekestelling van 2 augustus 2024 geldig was. Het beroep was daarmee ontvankelijk en gegrond, aangezien de minister alsnog op 27 februari 2025 de asielaanvraag honoreerde.
De rechtbank veroordeelde de minister daarom in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 680,25, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 2 september 2025.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.