ECLI:NL:RBDHA:2025:19698
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Zwitserland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL25.48288) op 21 oktober 2025. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en tolk, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 27 oktober 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.