ECLI:NL:RBDHA:2025:19697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 8 november 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Echter, vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser, afkomstig uit Syrië, stelde de minister op 16 juli 2025 in gebreke, terwijl de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.