ECLI:NL:RBDHA:2025:1967
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Polen
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen wegens de Dublinverordening, waarbij Polen verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat in een gelijktijdige uitspraak het beroep van verzoeker kennelijk ongegrond is verklaard, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en het beroep kennelijk ongegrond is verklaard.