ECLI:NL:RBDHA:2025:1963
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 januari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid van de Awb.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.4304) die op dezelfde dag is gedaan, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.