ECLI:NL:RBDHA:2025:19608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning in Den Haag, vastgesteld op €1.120.000 voor het kalenderjaar 2024 met waardepeildatum 1 januari 2023. Hij stelde dat de waarde €1.052.000 zou moeten zijn. De rechtbank heeft het bezwaar beoordeeld aan de hand van de Wet WOZ en de relevante vergelijkingsobjecten.
De rechtbank benadrukte dat de WOZ-waarde jaarlijks wordt bepaald op basis van verkoopcijfers van vergelijkbare objecten rond de waardepeildatum. Daarbij mogen algemene stijgingspercentages of eerdere WOZ-waarden niet worden meegewogen. Van de drie vergelijkingsobjecten achtte de rechtbank er twee goed vergelijkbaar, omdat deze in hetzelfde appartementencomplex liggen. Het derde object werd vanwege ligging en type buiten beschouwing gelaten.
De bouwlaag bleek een belangrijke waardebepalende factor. De woning van belanghebbende ligt op de tiende bouwlaag, tussen een object op de derde bouwlaag (€940.000) en een op de vierentwintigste bouwlaag (€1.265.000). De rechtbank vond de vastgestelde waarde van €1.120.000 daarom niet te hoog en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen, maar de heffingsambtenaar vergoedt griffierecht en reiskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.120.000 wordt ongegrond verklaard.