ECLI:NL:RBDHA:2025:19554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 4 januari 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft vervolgens op 28 januari 2025 een verzoek gedaan aan Duitsland om eiser terug te nemen op grond van de Dublinverordening. Duitsland heeft dit verzoek geweigerd, waarna Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag vanaf 31 januari 2025. Vanaf die datum geldt een beslistermijn van zes maanden, waarbinnen de minister moet beslissen.
Eiser stelde de minister op 16 juli 2025 in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn op 31 juli 2025. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling daarom te vroeg is ingediend en het beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zonder zitting en in aanwezigheid van rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling.