ECLI:NL:RBDHA:2025:19530
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 8 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker, die een aanvraag had ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, had tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld. De minister had de aanvraag op 23 juni 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van de uitspraak op het beroep.
De zitting vond plaats op 6 oktober 2025, maar verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld. De voorzieningenrechter heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in het beroep met zaaknummer NL25.28860. Aangezien er inmiddels een uitspraak op het beroep was gedaan, was er geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening dan ook afgewezen.
De uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van griffier mr. A. Wilpstra - Foppen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.