ECLI:NL:RBDHA:2025:19522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag Sudan
Verzoeker uit Sudan diende een asielaanvraag in op 11 januari 2024. De minister moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen, maar vanwege het besluitmoratorium voor Sudan gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden. Verzoeker stelde de minister op 14 april 2025 in gebreke, maar dit was prematuur omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken.
Op 7 augustus 2025 nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank oordeelt dat de minister niet is tekortgeschoten omdat het beroep prematuur was ingesteld en het besluit binnen de verlengde termijn is genomen.
Daarom wordt het verzoek tot vergoeding van proceskosten door de minister afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier M.M. Mulder op 30 september 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was en de minister binnen de verlengde beslistermijn heeft beslist.