ECLI:NL:RBDHA:2025:19522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en verzoek om proceskostenvergoeding
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan over een beroep van een verzoeker tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. De verzoeker, afkomstig uit Sudan, had op 11 januari 2024 een aanvraag ingediend, maar de minister heeft pas op 7 augustus 2025 een besluit genomen. De verzoeker trok zijn beroep in, maar vroeg de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling van de verzoeker prematuur was, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. De rechtbank concludeerde dat de minister niet in gebreke was gebleven en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman op 30 september 2025 en is openbaar gemaakt op dezelfde dag.