Eiseres, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar zoon. De minister wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een beschermingswaardig gezinsleven en een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon. Eiseres stelde dat zij een hechte band heeft met haar kleindochter en dat dit een gezinsleven vormt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de minister inmiddels op het bezwaar had beslist en eiseres geen belang meer had bij dit deel van het beroep. Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten wegens de late beslissing.
De rechtbank oordeelde dat de mvv-aanvraag terecht was afgewezen, omdat de stelling van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie onvoldoende was onderbouwd en de minister dit gemotiveerd had betwist. Ook de band met de kleindochter werd niet als grond voor toewijzing erkend, mede omdat de mvv-aanvraag van de kleindochter zelf was afgewezen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard.