ECLI:NL:RBDHA:2025:19517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 9 oktober 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting naar Ethiopië bestond, dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat voldoende zicht op uitzetting bestond, mede vanwege medewerking van de Ethiopische autoriteiten en de aanvraag van een laissez-passer. Ook was de minister voortvarend geweest door onder meer het aanvragen van reisdocumenten en het voeren van een vertrekgesprek.
De rechtbank verwierp het betoog dat de minister tijdens de strafrechtelijke detentie van eiser al had moeten handelen, omdat eiser niet aansluitend in bewaring was gesteld. Tevens was het opleggen van een lichter middel niet passend vanwege het grote onttrekkingsrisico. De rechtbank concludeerde dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor de maatregel was voldaan en verklaarde het beroep ongegrond, terwijl het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.