Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit voorlopig buiten werking te stellen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gelet op een eerdere uitspraak van de rechtbank in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL25.29801) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 23 oktober 2025 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.