ECLI:NL:RBDHA:2025:19482
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid bekering en afvalligheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende in 2019 een eerste asielaanvraag in die werd afgewezen. Na een opvolgende aanvraag in 2023 wees de minister deze eveneens af, waarna eiser beroep instelde en een voorlopige voorziening verzocht. De rechtbank behandelde de zaak op 4 augustus 2025.
Eiser stelt dat hij in Iran is afgekeerd van de islam en zich in Nederland tot het christendom heeft bekeerd. Tevens nam hij deel aan een demonstratie tegen het Iraanse regime. Hij vreest vervolging bij terugkeer vanwege zijn geloofsafval en politieke activiteiten. De minister achtte zijn identiteit en afvalligheid geloofwaardig, maar niet zijn bekering tot het christendom en vond zijn deelname aan de demonstratie onvoldoende zwaarwegend.
De rechtbank oordeelt dat de minister de juiste werkinstructies heeft gevolgd en voldoende rekening hield met eisers ADHD en concentratieproblemen. Er is geen aanleiding voor medisch onderzoek naar zijn verklaringsvermogen. De minister mocht verwachten dat eiser zich in Iran terughoudend opstelt over zijn afvalligheid, wat eiser ook zelf heeft bevestigd. De vrees voor vervolging wegens deelname aan demonstratie is niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.