De gecertificeerde instelling heeft op 1 augustus 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de vader van de minderjarige, waarin hij wordt verplicht contact te onderhouden met Jeugdbescherming west en mee te werken aan gesprekken en communicatie.
De vader is erkend en deelt het ouderlijk gezag, maar is tot op heden afwezig in het leven van de minderjarige, die bij de moeder en grootmoeder woont. De gecertificeerde instelling motiveert dat het contact met de vader positief is voor de emotionele en sociale ontwikkeling van de minderjarige en dat een kennismakingsgesprek noodzakelijk is.
De vader is meerdere malen benaderd via diverse communicatiemiddelen en uitgenodigd voor afspraken, maar is niet verschenen en heeft niet gereageerd op de schriftelijke aanwijzing. De moeder stemt in met het verzoek.
De kinderrechter oordeelt dat de gecertificeerde instelling bevoegd was de schriftelijke aanwijzing te geven en dat deze in het belang van de minderjarige is. De schriftelijke aanwijzing wordt bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.