ECLI:NL:RBDHA:2025:1947

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
NL24.22403
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten na tegemoetkoming in bestuursrechtelijke procedure

De rechtbank Den Haag heeft op 13 februari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarbij verzoekers de minister van Asiel en Migratie aansprakelijk stelden voor proceskosten. Verzoekers hadden een beroepsprocedure gestart wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de minister.

De rechtbank stelde vast dat de minister alsnog een beslissing had genomen op de aanvraag van verzoekers van 20 februari 2023, waarmee zij gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet was gekomen. Hierdoor werd het beroep ingetrokken.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kon de rechtbank de minister veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en veroordeelde de minister tot betaling van €453,50 aan proceskosten, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Verzoekers kregen gelijk en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de kosten die verzoekers hebben gemaakt in de procedure.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22403
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,

[naam]

V-nummer: [nummer] ,

[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. D. de Vries )
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om de minister te veroordeling in de vergoeding van de proceskosten.
2. Verzoekers hebben gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Verzoekers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
3. Omdat het verzoek als kennelijk gegrond wordt toegewezen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Overwegingen

4. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
5. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoekers tegemoet is gekomen door tijdens het opvolgende beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoekers van 20 februari 2023.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. Dat betekent dat verzoekers gelijk krijgen.
7. De rechtbank veroordeelt de minister in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 453,50,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.