ECLI:NL:RBDHA:2025:19419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling op asielaanvraag Syrië
Eiser uit Syrië diende een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in bij de minister van Asiel en Migratie op 5 februari 2024. De minister moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, maar vanwege het besluitmoratorium Syrië werd deze termijn verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 24 juni 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen te horen en wees erop dat het moratorium van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen uit Syrië was verlengd. De beslissing werd op 9 september 2025 in Utrecht uitgesproken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.