Verzoekster, geboren in Syrië in 1997 en van Palestijnse afkomst, heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van haar staatloosheid. Zij verbleef tot 2020 in Syrië, daarna tot 2022 in Zweden en woont momenteel in Nederland. Verzoekster beschikt over diverse documenten die haar Palestijnse afkomst ondersteunen, waaronder een Syrisch reisdocument en identiteitskaart voor Palestijnse vluchtelingen.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op basis van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en het advies van de Staat der Nederlanden, die het verzoek steunt. De rechtbank onderzocht of verzoekster als onderdaan kan worden beschouwd van de Palestijnse Gebieden, Syrië of Zweden. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen als staatloos worden beschouwd. De Syrische nationaliteitswetgeving maakt het onwaarschijnlijk dat verzoekster de Syrische nationaliteit bezit, mede omdat zij Palestijnse vluchteling is. In Zweden is haar asielverzoek afgewezen en zij is geregistreerd als staatloos.
Gezien deze feiten concludeert de rechtbank dat verzoekster niet als onderdaan van enige staat kan worden beschouwd en stelt daarom haar staatloosheid vast. De beschikking is zonder mondelinge behandeling gegeven, met instemming van partijen.