Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
[naam hond]
Rechtbank Den Haag
Partijen, voormalig gehuwd, kochten samen een hond die zij als gezamenlijk eigendom beschouwen en maakten afspraken over de verzorging en het verblijf van de hond in een echtscheidingsconvenant. Na hun scheiding hielden zij zich aanvankelijk aan deze regeling, waarbij de hond om de week bij ieder van hen verbleef.
Sinds 11 mei 2025 weigert partij B de hond aan partij A over te dragen, waarmee hij de afspraken uit het convenant niet naleeft. Partij A vordert nakoming van de beheersregeling en oplegging van een dwangsom, terwijl partij B verzoekt om schorsing van de regeling wegens vermeende onredelijkheid en onvoorziene omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beheersregeling als vaststellingsovereenkomst geldt en onverkort nagekomen moet worden. De stelling dat partij B enig eigenaar is wordt verworpen, evenals het beroep op onvoorziene omstandigheden en onredelijkheid. Partij B wordt veroordeeld de regeling na te leven en een dwangsom opgelegd. De vorderingen van partij B worden afgewezen.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot nakoming van de gezamenlijke beheersregeling voor de hond met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.