ECLI:NL:RBDHA:2025:19211
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen moeder tot onvoorwaardelijke nakoming zorgregeling in kort geding
De moeder en vader zijn ouders van een minderjarige en hebben een zorgregeling die in maart en april 2025 door de rechtbank is vastgesteld. De moeder vordert in kort geding dat de vader onvoorwaardelijk uitvoering geeft aan deze zorgregeling zonder aanvullende voorwaarden die de vader stelt, zoals aanwezigheid van de oma bij overdracht.
De vader voert verweer dat hij de zorgregeling nakomt maar aanvullende veiligheidsvoorwaarden stelt vanwege zorgen over het gebruik van alcohol en drugs door de moeder. Er zijn afspraken met hulpverlening over de omgang en Veilig Thuis doet onderzoek. De voorzieningenrechter stelt vast dat de zorgregeling is vastgesteld onder de voorwaarde van samenwerking met hulpverlening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een kort geding niet geschikt is om de zorgregeling tussentijds te wijzigen, zeker omdat er geen zwaarwegende feiten zijn die een ordemaatregel rechtvaardigen. De moeder heeft wel spoedeisend belang, maar de vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de moeder af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.