ECLI:NL:RBDHA:2025:19025
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- N. Meesters - van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 31 juli 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoekster heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met het beroep op 9 oktober 2025 behandeld, waarbij zowel verzoekster, haar minderjarige dochter, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
Op 17 oktober 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over het beroep tegen het bestreden besluit, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Meesters - van Luijk en griffier V. Vegter, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.