ECLI:NL:RBDHA:2025:19024
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters - van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees herbesnijdenis
Eiseres heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend voor zichzelf en haar minderjarige dochter na eerdere afwijzing van een eerdere aanvraag. De minister heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat de vrees voor herbesnijdenis niet aannemelijk is gemaakt.
De rechtbank heeft op zitting het beroep behandeld en beoordeelt dat de minister terecht oordeelde dat de identiteit van eiseres nog steeds ongeloofwaardig is en dat de gestelde vrees voor een tweede besnijdenis niet aannemelijk is. De rechtbank verwijst naar eerdere procedures waarin het huwelijk en de bedreigingen door familieleden ongeloofwaardig werden geacht. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom een tweede besnijdenis zou plaatsvinden, terwijl dit in Nigeria zelden voorkomt.
Verder is het standpunt van eiseres dat zij als alleenstaande vrouw een apart asielmotief heeft onvoldoende onderbouwd en heeft de minister dit gemotiveerd afgewezen. Het opgelegde inreisverbod aan eiseres raakt haar dochter niet onevenredig, aldus de rechtbank.
De rechtbank ziet geen reden om het besluit te vernietigen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.