ECLI:NL:RBDHA:2025:19011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing en intrekking beroep
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De minister verleende vervolgens uitstel van vertrek, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde of de digitale ingebrekestelling van verzoekster geldig was. De minister had de elektronische weg voor ingebrekestellingen opengesteld, maar met nadere eisen, waaronder indiening per post of via ‘veilig mailen’. Verzoekster had de ingebrekestelling digitaal ingediend op een niet-toegestane wijze en had deze niet herhaald conform de procedure.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de ingebrekestelling had geweigerd en dat deze niet geldig was. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens een niet-geldige ingebrekestelling.