De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 2 oktober 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds maart 2024 bij zijn grootouders vaderszijde verblijft.
De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van deze maatregelen omdat de minderjarige grote ontwikkelingsstappen heeft gemaakt sinds zijn verblijf bij de grootouders, die als hoofdopvoeders optreden. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag en hebben ingestemd met de plaatsing en verlenging. De moeder werkt aan stabiliteit in haar leefsituatie en wil toe naar een weekendregeling met de minderjarige.
De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De betrokkenen werken goed samen en het belang van de minderjarige staat centraal. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden daarom verlengd tot 6 april 2026. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en wordt geregistreerd in het gezagsregister.