Uitspraak
Wet vaststelling staatloosheid
Beschikking op het op 4 maart 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- een brief van 17 maart 2025 van verzoeker;
- een e-mailbericht van 28 maart 2025, met bijlagen, van verzoeker;
- een e-mailbericht van 14 april 2025, met bijlagen, van verzoeker;
- een e-mailbericht van 15 juli 2025 van de Staat;
- een e-mailbericht van verzoeker van 15 augustus 2025.
Verzoek en het standpunt van de Staat
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteland] .
- Verzoeker is van [dag 1] 2014 tot [dag 2] 2018 gehuwd geweest met een vrouw met de Bahreinse nationaliteit.
- In 2015 is verzoeker vanuit Koeweit naar Turkije vertrokken.
- Verzoeker heeft in 2020 in Turkije een verzoek tot vaststelling staatloosheid ingediend.
- Aan verzoeker is in december 2022 in Nederland een asielvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000, met ingang van 14 april 2022 en geldig tot 14 april 2027.
- Verzoeker heeft tijdens de asielprocedure de volgende documenten overgelegd: