Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster,
[minderjarige kind 1], V-nummer: [V-nummer 1] en
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, namens zichzelf en haar minderjarige kinderen, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 september 2025 behandeld.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.40911) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter I. Helmich en griffier M.A.W.M. Engels op 29 september 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.