ECLI:NL:RBDHA:2025:18756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingesteld tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 26 mei 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Door een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, is de beslistermijn verlengd met maximaal 21 maanden, waardoor de uiterste beslisdatum voor eiseres op 26 november 2025 ligt.
Eiseres stelde de minister op 20 juni 2025 in gebreke en diende op 10 juli 2025 beroep in, terwijl de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom prematuur is en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden en baseert haar oordeel op de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, alsmede het besluitmoratorium. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir op 29 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur instellen binnen de verlengde beslistermijn.