ECLI:NL:RBDHA:2025:18715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingesteld tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 19 maart 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 25 september 2024 schriftelijk in gebreke en diende op 11 juli 2025 beroep in, meer dan twee weken na de ingebrekestelling.
Voor Syrië gold tussen 14 december 2024 en 13 juni 2025 een besluitmoratorium, waardoor de beslistermijn werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium is ook van toepassing op lopende aanvragen waarvan de oorspronkelijke beslistermijn al was verstreken. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 19 september 2025 beslissen op de aanvraag van eiser.
Omdat eiser zijn beroep indiende vóór het verstrijken van deze verlengde beslistermijn, oordeelt de rechtbank dat het beroep prematuur is en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir op 29 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingesteld binnen de geldende beslistermijn.