Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libische asielzoeker, diende op 2 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De Nederlandse minister van Asiel en Migratie besloot op 13 maart 2025 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. De overdracht aan Duitsland diende binnen zes maanden na het claimakkoord van 3 februari 2025 te geschieden.
Verweerder verlengde de overdrachtstermijn tot achttien maanden omdat eiser ondergedoken was. Dit werd onderbouwd met meldingen van vertrek uit de opvanglocatie en het niet beschikbaar zijn voor de geplande overdracht op 26 april 2025. Eiser was niet aanwezig en gaf geen verblijfplaats door.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de overdrachtstermijn verlengde omdat eiser niet beschikbaar was. De enkele ontkenning van eiser dat hij geïnformeerd was over het overdrachtstijdstip was onvoldoende om dit te betwijfelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Duitsland wegens onderduiken is ongegrond verklaard.