Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn volgens het Dublin-verdrag. De rechtbank heeft het beroep op 22 augustus 2025 behandeld en bij tussenuitspraak van 4 september 2025 geconstateerd dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Er zijn aanwijzingen voor een systeemfout in de Bulgaarse asielprocedure voor Turkse asielzoekers, waardoor nader onderzoek en motivering vereist zijn.
Verweerder heeft de gebreken niet hersteld en heeft laten weten geen gebruik te maken van de herstelmogelijkheid. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de tussenuitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer is.
Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €1.814,- toegekend, welke verweerder moet betalen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J. Holleman en griffier J.F. Elzenaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.