ECLI:NL:RBDHA:2025:18525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring opvolgende asielaanvraag Nigeriaanse asielzoeker
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen en onherroepelijk zijn geworden. De meest recente aanvraag van 2 juli 2024 werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard op 1 juli 2025. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing, maar verscheen niet op de zitting van 30 juli 2025.
De rechtbank beoordeelde of de nieuwe documenten die eiser overlegd had, waaronder een verklaring van een vermeende neef en een sworn affidavit van de Nigeriaanse politie, nieuw en relevant waren. Hoewel deze documenten nieuw waren, achtte de rechtbank ze niet relevant omdat de verklaringen niet objectief leken en niet overeenkwamen met eerdere verklaringen van eiser. De minister hoefde hieraan geen waarde toe te kennen.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat procedurele waarborgen in de Nigeriaanse Evidence Act 2011 de juistheid van de verklaringen zouden garanderen. Ook een bericht van de minister over het vertrek van eiser met onbekende bestemming werd niet meegenomen omdat het onderzoek al gesloten was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier R.C. Lubbers op 2 oktober 2025.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag en verklaart het beroep ongegrond.