ECLI:NL:RBDHA:2025:18483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardig risico op vervolging in Georgië
Eiser diende op 29 mei 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 24 juli 2025 werd afgewezen als ongegrond. Eiser voerde aan dat hij in Georgië vervolgd werd vanwege een conflict over een huis dat hij weigerde te verkopen aan de overheid, en dat hij daardoor meerdere keren gevangen heeft gezeten. Hij vreesde voor zijn veiligheid bij terugkeer, mede door de betrokkenheid van een agent met een hogere functie.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig waren, maar dat de problemen in Georgië onvoldoende aannemelijk waren gemaakt. Eiser had geen schriftelijke bewijsstukken overgelegd ondanks herhaalde toezeggingen, en zijn relaas vertoonde inconsistenties en een onduidelijke tijdlijn. De minister had terecht geconcludeerd dat er geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bestond.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de individuele omstandigheden en risico's bij terugkeer, en dat de praktische uitvoerbaarheid van het terugkeerbesluit niet was meegewogen. De rechtbank verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het terugkeerbesluit rechtmatig was en dat de minister het refoulementverbod adequaat had getoetst.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees verzoeken om aanhouding af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier D.G. van den Berg op 7 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd.