Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
mr.M.J. Bronsveld, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering per 14 december 2024 te beëindigen. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateerde dat het UWV de beslistermijn had overschreden en dat het beroep gegrond was. Gezien de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en de structurele tekorten aan deze artsen bij het UWV, kwalificeerde de situatie als een bijzonder geval volgens artikel 8:55d Awb.
De rechtbank bepaalde dat het UWV binnen zes weken na verzending van de uitspraak een medische beoordeling moet verrichten en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen, met een uiterste termijn van negen weken. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag bij overschrijding, met een maximum van € 15.000, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het UWV moet binnen negen weken na uitspraak een medische beoordeling verrichten en een besluit nemen, onder dreiging van een dwangsom.