Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft op 3 januari 2024 een opvolgende asielaanvraag ingediend. De Minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag bij besluit van 23 april 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het hoofdberoep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 6 oktober 2025 door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier Ż.A. Meinert. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het hoofdberoep.