Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 25 april 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 2 januari 2024. De beslistermijn van zes maanden volgens de Vreemdelingenwet 2000 liep af op 2 juli 2024. Eiser stelde de minister van Asiel en Migratie rechtsgeldig in gebreke op 11 april 2025. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het beroepschrift pas worden ingediend nadat twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling door het bestuursorgaan.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van twee weken na ingebrekestelling op 25 april 2025 eindigde, terwijl het beroep op diezelfde dag werd ingediend. Dit betekent dat het beroep prematuur is ingediend en daarom niet-ontvankelijk is. De rechtbank wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 6 oktober 2025. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak, met de optie om een zitting te verzoeken voor nadere toelichting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.