ECLI:NL:RBDHA:2025:18371
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor monitoring afbouw medicatie bij stabiele psychische stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 september 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Betrokkene was al geruime tijd stabiel en was begonnen met de afbouw van medicatie. De zorgmachtiging was eerder verleend tot 19 september 2025.
Betrokkene en zijn advocaat stelden dat de zorgmachtiging onnodig was en dat betrokkene op vrijwillige basis wilde meewerken aan de behandeling. De advocaat verzocht primair om afwijzing, subsidiair om bekorting van de duur tot zes maanden. De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige gaf aan dat betrokkene stabiel was, maar dat zonder zorgmachtiging het risico bestond dat hij medicatie zou weigeren en zou decompenseren.
De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven waren en dat verplichte zorg noodzakelijk was om ernstig nadeel af te wenden, zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De zorgmachtiging werd verleend voor zes maanden, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. Het verzoek om meer of andere zorgvormen werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor zes maanden om de afbouw van medicatie te monitoren.