ECLI:NL:RBDHA:2025:1833
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bodemuitspraak
Verzoeker heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 18 september 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 15 oktober 2024.
Op de datum van deze uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL24.36596), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsmatige rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,-.