ECLI:NL:RBDHA:2025:1831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Portugal
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Portugal volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 januari 2025 behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu er reeds een uitspraak is gedaan op het beroep in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier J. Dijkstra, en is openbaar bekendgemaakt op 11 februari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en er reeds een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.