ECLI:NL:RBDHA:2025:183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan België toegewezen
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 december 2024 waarin zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat België verantwoordelijk zou zijn. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om overdracht aan België te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij spoedeisendheid en dat belangenafweging vereist is tussen het belang van verzoeker om in Nederland te blijven en het belang van verweerder om overdracht uit te voeren. De overdrachtstermijn loopt tot 26 februari 2025, waarna Nederland verantwoordelijk wordt.
Gelet op de lopende vragen bij de Afdeling bestuursrechtspraak over opvang in België en het onzekerheid over tijdige uitspraak, acht de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk gegrond. Daarom wordt bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €907. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan België totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.