ECLI:NL:RBDHA:2025:18295
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening mvv-aanvraag studie wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker, een Surinaamse student, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om in Nederland een studie 'Assistent logistiek' te volgen aan ROC Mondriaan. De minister wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de studie niet in Suriname kon worden gevolgd, mede vanwege discrepanties tussen de studieaanduidingen op het aanvraagformulier en de verklaring van de Surinaamse autoriteiten.
Verzoeker stelde dat hij een zwaarwegend spoedeisend belang had omdat hij anders niet per 1 september 2025 kon starten en zijn persoonlijke ontwikkeling zou stagneren. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de onderwijsinstelling het starten op een later moment mogelijk maakt en dat verzoeker onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stelling.
Daarnaast was het besluit van de minister niet evident onrechtmatig, omdat de minister terecht twijfelde aan de juistheid van de overgelegde stukken en nog niet alle voorwaarden had beoordeeld. De voorzieningenrechter zag daarom geen grond om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Verzoeker kreeg het griffierecht niet terug en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.