ECLI:NL:RBDHA:2025:18293
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoekers, van Nigeriaanse nationaliteit, hebben een verzoek ingediend tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft op 17 juli 2025 besloten deze aanvragen niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de zaken op 29 september 2025 behandeld in een zitting waar verzoekers, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Na het onderzoek is de zitting gesloten.
Op 3 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdberoepen reeds ongegrond zijn verklaard in een aanverwante uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdberoepen ongegrond zijn verklaard.