ECLI:NL:RBDHA:2025:18271
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en geen reëel risico op ernstige schade
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 10 november 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 25 maart 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de identiteit en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Algerije.
Eiser stelde dat hij vanwege een conflict na een auto-ongeluk met zijn buurman vreest voor zijn leven bij terugkeer. Hij voerde aan dat hij zich niet tot de Algerijnse autoriteiten kan wenden vanwege strafvervolging. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn identiteit klopt, mede omdat hij geen originele documenten kon overleggen en onvoldoende pogingen had gedaan deze te verkrijgen.
Verder vond de rechtbank dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt, omdat hij zich tot de Algerijnse autoriteiten kan wenden voor bescherming. De stelling dat dit strafrechtelijke vervolging zou opleveren, werd niet aannemelijk geacht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.