Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:18260

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 september 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
C/09/682822 / FA RK 25-2433
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:199 BWArt. 1:200 BWArt. 10:92 BWArt. 10:93 BWArt. 10:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning vaderschap door bijzondere curator wegens ontbrekend biologisch vaderschap

De rechtbank Den Haag behandelde op 23 september 2025 een verzoek tot ontkenning van het vaderschap van een man over een minderjarige geboren in 2021. De moeder diende het verzoek in, maar dit was niet tijdig binnen een jaar na geboorte ingediend, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard. De bijzondere curator, benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen, verzocht eveneens om ontkenning van het vaderschap.

De man en de moeder waren gehuwd ten tijde van de geboorte, waardoor de man juridisch vader was. De moeder en de man hadden echter geen gemeenschappelijke nationaliteit of verblijfplaats, waardoor Nederlands recht van toepassing was. De moeder verklaarde met zekerheid dat de man niet de biologische vader was; de biologische vader was een andere heer die zij in Nederland had ontmoet.

De man was niet verschenen op de zitting en had geen verweer gevoerd. De rechtbank vond de verklaringen van de moeder en de biologische vader betrouwbaar en concludeerde dat de man niet de biologische vader was. Daarom werd het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap toegewezen. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden hiermee beëindigd. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd afgewezen.

Uitkomst: Verzoek van bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap is toegewezen; moeder niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2433
Zaaknummer: C/09/682822
Datum beschikking: 23 september 2025

Ontkenning vaderschap

Beschikking op het op 27 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw/de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.J. Zennipman te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de man] ,

de man,
zonder bekende woon en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te

[geboorteplaats 1] ,
in rechte vertegenwoordigd door mr. K. Moene te ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 23 april 2025 van de vrouw;
  • het F9-formulier van 23 april 2025 van de vrouw, met bijlage;
  • het verslag van de bijzondere curator van 25 april 2025;
  • het F9-formulier van 21 mei 2025 van de vrouw;
  • het F9-formulier van 22 mei 2025 van de vrouw;
  • het F9-formulier van 6 juni 2025 van de vrouw, met bijlage.
Van de man is geen woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland bekend. Gelet hierop is de man openbaar opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 11 augustus 2025 door middel van een advertentie in de Staatscourant van 4 juli 2025. De man is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.

Verzoek

Het verzoek strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning door de man van het vaderschap van de man als vader van voornoemde minderjarige, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De bijzondere curator verzoekt het verzoek toe te wijzen, althans in het geval de rechtbank de vrouw niet ontvankelijk acht in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap, het verzoek tot ontkenning van het ouderschap van de man over de minderjarige gegrond te verklaren.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2016, welk huwelijk op [datum 2] 2022 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
  • Gedurende het huwelijk is voornoemde minderjarige geboren.
  • De man heeft de Eritrese nationaliteit en de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.
  • De minderjarige heeft de Eritrese nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 15 april 2025 is mr. K. Moene voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Op grond van artikel 10:93 lid 1 juncto Pro artikel 10:92 lid 1 en Pro 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt de vraag of en onder welke voorwaarden het vaderschap van een man kan worden ontkend in beginsel bepaald door het recht dat van toepassing is op het ontstaan van de familierechtelijke betrekking, te weten het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt dat de moeder op het tijdstip van de geboorte van de minderjarige beschikte over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet Pro 2000. Met ingang van 26 oktober 2023 heeft de vrouw een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd (artikel 33 Vreemdelingenwet Pro 2000). Sinds 30 september 2024 heeft de vrouw de Nederlandse nationaliteit.
De rechtbank verstaat onder de persoonlijke staat van een vreemdeling zoals genoemd in artikel 10:17 BW Pro alle verwijzingscategorieën in het personen- en familierecht, waarin volgens het Nederlandse (internationaal) privaatrecht de nationaliteit als aanknopingsfactor geldt. Naar het oordeel van de rechtbank valt aldus ook de nationaliteit als aanknopingsfactor in artikel 10:92 BW Pro onder de ‘persoonlijke staat’ als bedoeld in artikel 10:17 BW Pro. Dit brengt met zich dat de rechtbank bij de bepaling van het toepasselijke recht ingevolge artikel 10:92 BW Pro voor wat betreft de aanknopingsfactor ‘nationaliteit moeder’ in plaats daarvan, uitgaat van de woonplaats van de moeder, in Nederland.
Hieruit volgt dat er voor de toepassing van artikel 10:92 BW Pro geen sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de man. Daarnaast hadden zij hun gewone verblijfplaats niet in dezelfde staat. Gelet hierop wordt de vraag of de minderjarige door geboorte in familierechtelijke betrekking is komen te staan tot de man, bepaald door Nederlands recht op grond van de gewone verblijfplaats van de minderjarige ten tijde van de geboorte. Nu vast staat dat de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige was gehuwd met de man, dient hij op grond van artikel 1:199 onder Pro a BW als juridisch vader te worden aangemerkt.
Ingevolge artikel 10:93 lid 1 BW Pro is Nederlands recht ook van toepassing op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:200 lid 5 BW Pro moet de moeder het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning bij de rechtbank hebben ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. Nu de minderjarige is geboren op [geboortedatum 1] 2021 en de moeder het verzoek heeft ingediend op 27 februari 2025 is deze termijn overschreden. De rechtbank is daarom, anders dan de bijzondere curator, van oordeel dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere curator namens de minderjarige op grond van artikel 1:200 lid 6 BW Pro wel ontvankelijk is in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over de minderjarige.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:200 lid 1 BW Pro kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.
De bijzondere curator heeft ter onderbouwing van het verzoek gesteld dat de moeder heeft verklaard 100% zeker te weten dat de man niet de biologische vader van de minderjarige is. De moeder en de man zijn in 2016 in Uganda met elkaar gehuwd. De moeder is naar Nederland gevlucht en daar in 2018 aangekomen. De man is achtergebleven in sindsdien heeft de vrouw geen contact meer met de man gehad. De man komt ook niet in de Basisregistratie Personen in Nederland voor. De moeder heeft in 2020 de heer [naam] ontmoet en zij is van hem zwanger geraakt, waarna de minderjarige [de minderjarige] is geboren. Zij stellen allebei 100% zeker te weten dat de heer [naam] de biologische vader is van de minderjarige.
De bijzondere curator acht ontkenning van het vaderschap in het belang van de minderjarige.
De man heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige. De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de verklaringen van de moeder en de heer [naam] tegenover de bijzondere curator over het (biologische) vaderschap van de minderjarige. Gelet op het vorenstaande moet het verzoek worden toegewezen, aangezien van feiten die het mogelijk maken dat de man toch de biologische vader van de minderjarige is, niet is gebleken.
Ontslag bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Uitvoerbaar bij voorraad
Nu de aard van de zaak zich verzet tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking, zal de rechtbank het hiertoe strekkende verzoek afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap;
*
verklaart gegrond het van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:
- [de man] , zonder bekende geboortedatum- en plaats;
over de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
uit:
- [de vrouw] , geboren op [geboortedatum 2] 1988 te [geboorteplaats 2] , Eritrea;
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 september 2025.