Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, alsmede een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser voerde aan dat het inreisverbod ten onrechte was opgelegd en dat zijn strafrechtelijke aanhouding onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig is en dat het inreisverbod terecht is opgelegd omdat eiser niet binnen de gestelde termijn vrijwillig vertrok. De aangevoerde onrechtmatigheid van de strafrechtelijke aanhouding werd niet gevolgd, aangezien de bestuursrechter het strafrechtelijke voortraject niet toetst.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de maatregel van bewaring voldoende en feitelijk juist zijn toegelicht en dat er een significant risico op onttrekking bestaat. Ook de ambtshalve toets leverde geen onrechtmatigheid op.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen zowel het inreisverbod als de maatregel van bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.