Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 19 augustus 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Roemeense nationaliteit, stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De minister heeft de bewaring op 2 september 2025 opgeheven.
De rechtbank heeft beoordeeld of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. De minister motiveerde de bewaring met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. De rechtbank oordeelde dat deze gronden feitelijk juist en voldoende onderbouwd waren, mede gezien het beëindigen van het verblijfsrecht van eiser en zijn weigering het uitreikingsblad te ondertekenen.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat hij via familie zelfstandig terugkeer kon regelen. De rechtbank vond dat de minister voldoende had gemotiveerd dat een lichter middel niet volstond. De ambtshalve toetsing leverde geen aanwijzingen op dat de maatregel onrechtmatig was of dat non-refoulement of gezinsleven zich tegen verwijdering verzetten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.