ECLI:NL:RBDHA:2025:18167
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling in asielprocedure Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie ontving de aanvraag op 9 december 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Vanwege het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 9 juni 2026 viel.
Eiser stelde de minister op 23 juni 2025 in gebreke, maar op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor werd de ingebrekestelling als prematuur beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk is.
De rechtbank vond het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier mr. D.C. van de Mortel, en is op 2 september 2025 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling tijdens het geldende besluitmoratorium.